zaterdag 29 december 2012

De Vrouwenslagerij


Wij eten dieren. Om dat te doen moeten die eerst dood. Dat is geen prettig beeld. Daarom wordt dat gedeelte angstvallig bij ons vandaan gehouden. Dood bestaat niet. Vlees is een lapje nondescripte materie in een piepschuimen bakje onder krimpfolie, niet een afgehakt lichaamsdeel van een ademend wezen. Het dier dat voor dat vlees is gestorven, is nergens te bekennen. Consumptiedieren (zo heet dat echt) worden weggestopt in consumptiedierfabrieken ver buiten de bebouwde kom. De hedendaagse slagerij is een keurige delicatessenwinkel zonder het geringste vermoeden van dierenbestaan.

In Frankrijk gaat dat anders. Loop een slagerij binnen en je stapt in een parallelle wereld van bloed en botten. Doorgezaagde koeien, gevilde varkens en bakken vol ingewanden. Voor je ogen vervlecht het leven zich met de dood. Mannen en vrouwen in roodbespatte witte jassen snijden en hakken er vrolijk op los. Alsof er niets aan de hand is.
Vorig jaar besloten we na de oogst tot een korte wandelvakantie. We belandden in een klein dorpje, diep verstopt in de Franse Pyreneeën. Het bestond uit een handjevol huizen, een pleintje, een bar en twee winkels. Er was niets te doen en niets te bezichtigen. Op het lege plein stonden een paar fourwheeldrives in de brandende zon. Onder een ervan lag een hond te slapen. Een paar zwaluwen scheerden door de leegte, hun schrille kreten weerkaatsend tegen de huizen. Boucherie, meldde één van de twee winkels. Ik duwde de deur open stapte mijn nieuwe boek binnen.
In de slagerij vol opengesneden karkassen, waar het leven nog maar net uit was, klonk muziek; Message in a Bottle, van The Police, tamelijk luid. Achter de toonbank, aan het eind van de winkel, stond een viertal vrouwen in witte slagersjassen te snijden en te hakken. Alle vier bewogen ze, ieder op haar eigen manier, ritmisch op de beat van de muziek. Ze lachten, zongen af en toe een tekstregel mee en voerden onderwijl geanimeerde gesprekken met de klanten. Een vrouwenslagerij. Terwijl de dorpelingen op hun beurt wachtten werd er gepraat, gelachen en meegeneuried met The Police. Tijd was daarbij een factor die geen rol leek te spelen.
Ik voelde het: ik sta met twee benen in een nieuwe roman. Of wordt het een thriller? Hoe dan ook, alles was er; de hoofdpersonen, de locatie, het leven en de dood. Ik hoefde het alleen nog maar op te schrijven.
Het is een vitale roman geworden over vier vrouwen die met met natuurlijke vanzelfsprekendheid omgaan met het slachten. Een situatie waarin dieren, hoe gek dat ook klinkt, met liefde worden gedood. Uiteindelijk passen de vier levenslustige slageressen hun vakvrouwschap toe om hun huwelijksproblemen op een beslissende manier op te lossen.
Lees het boek en je steekt nooit meer gedachtenloos een stukje worst in je mond.