zaterdag 29 december 2012

Wijn is een vrouw

Mannen en vrouwen. Ik ken geen twee wezens die zo op elkaar lijken en tegelijkertijd zo verschillen. De lijst van onderlinge tegenstellingen is eindeloos. Een Amerikaanse enquête voegde er recentelijk nog een aan toe: smaak. Het smaakpalet van mannen en dat van vrouwen verschilt. Zo houden mannen van rood vlees, terwijl vrouwen ‘een voorkeur voor groenten hebben, waarbij de tomaat en de wortel favoriet zijn’.

Nu is rood vlees ook mijn voorkeur niet, maar niettemin snap ik niets van vrouwen. Mijn hele leven al probeer ik  ze te begrijpen, maar ik heb er nooit een touw aan vast kunnen knopen.

Gelukkig heb ik meer verstand van wijn. Probleem daarbij is dat ook wijn een vrouw is. Fransen ontkennen dit. Volgens hen is wijn mannelijk. LE vin. Maar hoe hoog zij de gastronomie ook in het vaandel hebben, hier slaan ze de plank volledig mis: als er IETS vrouwelijk is, dan is het wel wijn. Zo zacht, zo soepel, zo rond. Ze kust je met duizend lippen, glijdt naar binnen als een pianoglissando en neemt je in een omhelzing van strelend fluweel. Wijn is absoluut en honderd procent vrouw.

Die malle Fransen zetten ons overigens wel vaker op het verkeerde been: het geslacht van een banaan bijvoorbeeld, lijkt mij een uitgemaakte zaak. Toch is dat dan weer LA banane. De komkommer is weer wél van het mannelijk geslacht. Dat is geruststellend, maar ook verwarrend, want zowel de winterpeen als de wortel zijn vrouwelijk. (Nederlanders zouden overigens ook wel wat alerter mogen zijn op dit aspect van het emancipatieproces. Waarom heet zo’n rond, zachtzoet vruchtje een Mandarijn en niet een Vrouwdarijn?)


Onlangs verzorgde ik een wijnproeverij voor een vrouwenclub. Halverwege kwam ik aan het onderwerp ‘wijnbeschrijven’. Een onontkoombare nekkenbreker. Eenvoudige smaak­begrippen als zoet, zuur of bitter zijn al onmogelijk in woorden uit te drukken, maar denk eens aan die vlinderwolk van smaaksensaties die je doorstroomt na het doorslikken van een slok heerlijke wijn. Knappe vent die dat grammaticaal enigszins coherent over de streep weet te krijgen.

Om helderheid te brengen in deze onbeschrijflijke gevoelens, hanteert de wijnuniversiteit van Bordeaux een lijst met officiële smaakmarkeringen. Deze goedbedoelde wijntermen brengen echter weinig verheldering. Integendeel.

Wat moet je met een term als ‘animaal’? Dobbert er dan een koeienoog in je wijn? Of ‘herbaal’, drijft er een baal hooi in je glas? ‘Boeket, floraal, groen, kruidig, gecorseerd, geöxideerd.’ Onbegrijpelijk, maar nog niet strafbaar. Verderop in het rijtje overschrijden we echter de 18-jaarsgrens. Termen die bedoeld zijn om te beschrijven wat we ervaren met neus, mond en lippen als: ‘meloenen, botergeel, romig, mond­gevoel, banaan, zwarte pruimen’. Dat is toch pure porno?
Met uitdrukkingen als ‘stroperig’ en ‘naplakkend’, zit je vervolgens al meteen bij de Kleenex.

Een goeie bourgogne heeft ‘stallucht’. Ja, nee. Dáár zitten we op te wachten bij een kaarsverlicht diner. Onder dat soort romantische omstandigheden is het beter om, in plaats van al die pornoteksten uit te slaan, te genieten van de wijn, van je geliefde en van de avond. Als de wijn echt zo meervoudig onverzadigbaar lekker is dat haar herinnering aan de vergetelheid ontrukt dient, dan ga je vanzelf wel proberen om dat magische moment in woorden te vangen. Misschien dat je dan nog steeds de vrouwen niet begrijpt, maar zij jou des te beter.