zondag 27 januari 2013

Vlees witwassen



Zoals de vrouwen in mijn boek De Vrouwenslagerij zich van het bewijsmateriaal ontdoen, zo moffelt ook de voedselindustrie haar slachtoffers weg. Begrijpelijk, want beesten slachten is geen prettig gezicht. Daarom wordt alles wat ermee te maken heeft zorgvuldig verborgen. Dieren worden weggestopt in fabrieken ver buiten de bebouwde kom, waar ze met duizenden tegelijk worden gedood. Het vlees wordt verwerkt tot non-descripte roze lapjes in piepschuimen bakjes en belandt, niet meer herkenbaar als het afgehakte lichaamsdeel van een ademend wezen, in het koelvak van de supermarkt.
Deze maskerade camoufleert het oorzakelijk verband tussen dieren en vlees waardoor de bizarre situatie is ontstaan dat mensen oprecht tegen het doden van dieren zijn, maar wel dagelijks een lapje vlees eten.
Een groot deel van het jaar leef ik op het Franse platteland. Daar kun je op de markt levende dieren kopen. De gewoonste zaak van de wereld. De kraamhouder grijpt een tegenspartelend konijn in zijn nekvel en laat het voor je in een doos glijden. Of een paar kippen of een eend. Wil je zo’n beest opeten, dan zul je het zelf moeten slachten. Bijl uit de schuur halen, kop afhakken, leeg laten bloeden, etc.
Ik doe dat wel eens. En zo’n kip of konijn eet ik, ondanks dat ik vegetariër ben, met smaak op. Dat kan omdat ik er zeker van kan zijn dat dit dier op een natuurlijke manier heeft geleefd. Terwijl ik in Nederland al jaren geen vlees meer aanraak vanwege de wetenschap dat het leeuwendeel ervan bol staat van de groeibevorderaars, antibiotica en God weet wat nog meer voor narigheid. Zelfs erlangs lopen lijkt mij al niet van gevaar ontbloot. Nog afgezien van de afschuwelijke manier waarop met die beesten wordt omgegaan. Voor mijn boek met Jonnie Boer heb ik één keer een varkensfokkerij bezocht. Daarna heb ik nooit meer vlees gegeten.

Hoop
Acties als die van Wakker Dier tegen de plofkip helpen. Maar laten we vooral niet vergeten dat we deze ellende aan onszelf te wijten hebben. Zolang wij niet beseffen dat je geen kilo vlees kunt produceren voor een paar euro, zijn de supermarkten slechts beperkt verantwoordelijk. Zij moeten immers voldoen aan ónze vraag. Wij zijn de hoofdschuldige.
Wij bepalen wat we kopen en we moeten beseffen dat het in dit tijdsgewricht onverantwoordelijk is om iedere dag vlees te eten. En dat dieren voor vlees- en melkconsumptie de mogelijkheid moeten hebben om te leven in hun natuurlijke habitat. Dat is helemaal niet ingewikkeld, dat kan prima. Alleen kost zo’n kip dan geen 1,95 meer. Niettemin is het de plicht van de supermarkten om zo veel mogelijk biologische producten aan te bieden. En als de vraag daarnaar stijgt, zal de prijs vanzelf afnemen. Koeien in de wei, varkens in de modder, kippen lekker scharrelen. Misschien dat ik dan weer eens een stukje vlees probeer.