woensdag 3 april 2013

Melkgeluk


Ik hing aan een touw tegen een bergwand. Suizende stilte, op de verre roep van een buizerd na. De rots was warm en rook naar droge bergtijm. Omringd door overweldigend natuurschoon doorstroomde me een gevoel dat ik ervan verdacht puur geluk te zijn. Ik dacht aan de weg terug en aan straks, op het terras van het dorpscafeetje: een glas koelkastkoude sauvignon blanc. Maar HO! Stop! Geluk, is dat niet “Tevreden zijn met de toestand waarin men verkeert”? Dan zou dat glas wijn dus overtollig zijn. Een gedachte die mij niet erg gelukkig stemde.
Of dient er wellicht, zoals bij chocola, onderscheid gemaakt tussen puur geluk en melkgeluk? Lastig, want van nature ben je geneigd om je algehele geluksindex af te meten aan de hand van piekmomenten. Een hartstochtelijke liefde, een zonsondergang op een verlaten strand, een triomfantelijke hoofdprijs. Maar dat soort zeldzame euforia vormen natuurlijk niet je bruto geluk.
Dat heeft tot gevolg dat menigeen wordt bekropen door het gevoel ongelukkig te zijn, slechts half te leven; dat het Echte Grote Geluk nog verscholen ligt in mistig verten.

Maar daar is wat aan te doen: slurpen. Ofwel: genieten van simpele dingen. Genieten van niks en eigenlijk ook van alles. Als je daar in slaagt, kan elk moment een piekervaring worden.
Voorbeeldje: onlangs moest ik naar het hoofdkantoor van een reuzenkruidenier voor een gesprek over plussen en minnen. Niet een evenement dat ik doorgaans juichend tegemoet zie, eerder een onontkoombaar lot. Ik meldde me bij de receptie, kreeg een pasje met mijn naam erop en mocht binnen in de kathedraal van de nationale keukenmeester. Een alleraardigste dame begeleidde me naar een vergaderkamer op de vierde verdieping. Er trad een lieve juffrouw binnen met een blad verse koffie. Categorymanager AndrĂ© nam plaats en rangschikte zijn paperassen. Na wat inleidende beleefdheden stak hij van wal. Over zaken van gewicht ging het. Doelgroepmarketing, strategische concepten, transformaties in het wijnlandschap. Dat soort dingen. 
Ik nam een slokje koffie en keek uit het raam. Buiten, achter het dubbele glas, joeg de wind wolken sneeuwvlokken voorbij. In de verte lag een spoorwegemplacement. Vervaagd door stuifsneeuw stond een gele trein stil tussen een wirwar van bevroren rails. En plotsklaps, ik kan het niet anders omschrijven, daalde zachtkens een diepe vrede over mij neder. AndrĂ©’s stem leek van steeds verder weg te komen. Ik staarde naar de langsrazende sneeuw en voelde me prettig. Dat ik hier mocht zitten, in deze behaaglijk verwarmde ruimte. Dat deze deskundige specialist mij slim genoeg achtte om zijn koersgevoelige strategie met mij te delen. Dat ik soort van deel leek uit te maken van een groter geheel. Ik werd overmand kortom, door het gevoel dat ik er toe deed. Dat ik een klein beetje meestuurde aan het roer van de zwalkende ark der natie. Volslagen waanzin natuurlijk, maar hoe boeiend is dat? Ik was gelukkig.