woensdag 12 juni 2013

La Machina


Ik bezit een vervoermiddel dat mij brengt waarheen ik wil. Ook mijn geest heeft een vehikel dat hem vervoert: mijn lichaam. Evenals een auto bestaat het uit een verzameling onderdelen die enigszins coherent dient te functioneren. Helaas vergt deze levende machine nogal wat onderhoud.

Dat begint al aan het einde van de nacht, wanneer de lichaamsmachine nog is geparkeerd in een speciaal vervaardigde constructie van hout en zachte kussens. Om haar bestuurder niet tegen zich in het harnas te jagen, moet de machine rond het ochtendgloren met fluwelen handschoenen worden opgestart.
Is dit heikele kunstje geklaard dan dient er, om de diverse componenten soepel te houden, minimaal een half uur intensief met de machine getraind.
Omdat daarbij ongewenste geuren vrijkomen, moet hij aansluitend worden gereinigd. Hiertoe dient een gescheiden ruimte geconstrueerd, die is voorzien van een waterbouwtechnische installatie die gedoseerde hoeveelheden water van rond de zevenendertig graden Celcius kan produceren.
Hierna dient de machine drooggewreven met vochtabsorberende textiel. Als hij vervolgens is ontdaan van gebitsaanslag, externe gelaatsbeharing en interne voedselresten moet hij aangekleed. Hiervoor moeten kindslaven in Bangladesh hun leven op het spel zetten; er dient geweven, genaaid, geverfd en gestreken. Dan moet de machine van brandstof worden voorzien. Daartoe moeten in Rusland graanvelden geoogst, in Colombia koffiebonen gebrand, in Honduras bananen geplukt en in Spanje sinaasappels geperst. Bakkers moeten bakken, kippen moeten leggen en koeien moeten gemolken. Heeft dit alles zich voltrokken, dan kan de machine aan het werk. Niet zelden moet hij eerst per extern vervoermiddel geteleporteerd naar een andere locatie, maar eenmaal daar geïnstalleerd, kan het arbeidsproces een aanvang nemen.
Om elf uur stopt dit. De machine wenst koffie. In sommige gevallen vergezeld van de rook van plantenresten of de inname van zoetwaren. Twee uur later geeft de machine er opnieuw de brui aan; hij belieft brandstof. Weer moeten bakkers bakken, vissers vissen en slagers slagen. Pas een uurtje later zet de machine zich weer aan zijn taak, maar verordonneert kort daarop de wens tot thee, koffie of Cup a Soup.
Is dit ingewilligd dan wordt de arbeid hervat, maar na enkele uren begint de machine het idee van een glas wijn te opperen. Hiertoe dienen in een ver land druiven geoogst en via een vierentwintig maanden durend proces tot wijn vergist. Tegelijk met de wijnwens legt hij nu ook de eis op tafel om voor de zoveelste keer die dag van brandstof te worden voorzien. Dit keer graag op uitgebreide schaal en het liefst in een te goeder naam bekend staand restaurant. Wat dit aan organisatie en produktie vergt, daar durf ik liever niet aan te denken. Twee uur en een uitgebreide maaltijd later is de machine nog immer niet voldaan. Alvorens zich te laten stallen voor de nacht, wenst hij zich over te geven aan een oefening in erotische acrobatiek. Pas als dit onderdeel naar tevredenheid is afgerond, kan de geest, die boven in de bestuurderscabine de hele dag met zijn tong uit zijn mond van inspanning aan de hendels heeft zitten rukken, zijn vehikel in de parkeerstand zetten. Zodat hij eindelijk zelf ook naar bed kan.
Zeg nou zelf, zo’n machine, die zoveel noten op z’n zang heeft, zou je die willen hebben?