donderdag 8 augustus 2013

Pratende kut


In de wijnhoofdstad van de wereld passeerde ik een winkel die zichzelf afficheert als ‘Wineshop’. In een opwelling loop ik naar binnen. Een fles goede Chablis voor bij de oesters vanavond, dat ware mooi. In deze vinoxenofobe streek is de pakkans op andere wijn dan Bordeaux gering, maar wijnhoop slaapt nooit.
Een verkoper met een type baardje dat wel een ‘pratende kut’ wordt genoemd, schiet handenwrijvend tevoorschijn. ‘Bonjour monsieur, waarmee kan ik u van dienst zijn?’
Grom. Ik wil helemaal niet dat iemand mij van dienst is. Ongestoord rondkijken, dat wil ik. Maar de verkoper doet zijn baard eer aan en begint een stroom wijnpoeha over me uit te storten.
Fouter kan bijna niet; een wijnwinkel moet een vrijhaven zijn.
Een mini-droomcruise. Een moment van geluk. Op je dooie akkertje langs de schappen dwalen, mijmeren, een fles uit het rek tillen, etiket lezen, overwegen, weifelen. En in het zeldzame geval dat je wat wil weten, dan vraag je dat wel. Of je vingert het op in je telefoon.

De PK verdwijnt. Gelukkig. Maar twee seconden later is hij terug. Hij overhandigt me een vingerhoedje van doorzichtig plastic. Op de bodem glinstert een laagje rode wijn. ‘Proeft u dit eens. Geweldig! Château la Crotte de Chien 2009, Medaille de Bronze op het concours de Culdesac! Geweldige wijn. Soepel, rond, mooi uitgerijpte tannines, stevig eikenhout.’
Al zou die wijn een Romanée-Conti tot hagedissenzweet reduceren, proeven hoeft niet meer. De PK heeft immers al precies verteld wat ik ervan moet vinden.
Ik weiger beleefd, draai me om en drentel naar een ander schap in de hoop dat hij opgeeft.
Maar als een pitbull hangt hij in mijn broekspijp. ‘U komt voor de proeverij vanmiddag? Mag ik uw toegangsbewijs zien?’
‘Ik kom niet voor een proeverij.’
‘Zal ik u dan op onze mailinglist zetten? Hier, vult u dit even in.’ Hij overhandigt me een kaartje en houdt in dezelfde beweging een fles wijn voor m’n gezicht. ‘Kijk! Van een heel klein boertje. Heeft maar anderhalve hectare. Honderd procent biologisch-dynamisch. Fantastische wijn. 19,95 euro. Die MOET u echt even proeven!’
Ik werp een blik op het etiket. Hm, 20 piek voor een Côte de Duras…? Trouwens, is iemand met anderhalve hectare eigenlijk wel een wijnboer? ‘Non Merci.’
De PK geeft niet op. Andermaal drukt hij me een plastic vingerhoedje in de hand. ‘Ik maak hem toch even open. Hier, proeft u maar!’
Ik gehoorzaam. Het is geen engeltje, maar de boer zelf die over mijn tong piest. Haastig maak ik gebruik van de spuugbak.
‘En?’ vraagt de PK gretig.
‘Niet helemaal mijn smaak.’
Gered: twee Amerikaanse toeristes schommelen binnen. Welgevuld, zonnebrillen, knauwende stemmen.
De PK schiet erop af als de wolf die de drie biggetjes ziet.
Snel maak ik van de gelegenheid gebruik om te vluchten. Dan maar liever naar de Auchan. Daar kan ik op m’n gemak langs de schappen dwalen, mijmeren en ongestoord een lekkere fles Chablis van Simonnet Levebre uit het rek trekken. Ik weet zeker dat de oesters het een feest vinden om daarmee te worden weggespoeld.